BrainFirst #15: Slijmen en beslijmd worden

BrainFirst #15: Slijmen en beslijmd worden
  • 11 oktober 2018

Weten wat er in andermans bovenkamer omgaat, dat willen we allemaal wel. Immers, dan weet je ook iemands beweegredenen en kun je daar vervolgens op inspelen. Hoe utopisch het doorgronden van de psyche van de mens wellicht ook klinkt, er zijn wel degelijk ‘slimmigheidjes’ toe te passen. Om meer inzicht te krijgen in de werking van het brein in relatie tot (klant)gedrag, verzorgen verschillende neuro-experts op deze plek een minicollege. Ditmaal de hersenspinsels van Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en auteur van o.a. het boek ‘De eerste indruk’ *.

'Toen ik mijn eerste onderzoek over slijmen publiceerde, heb ik in een voetnoot iedereen bedankt ‘die inspiratiebron voor dit onderzoek was’; de slijmerds in mijn omgeving dus. Mijn collega’s vonden dat erg grappig. Ook degenen op wie ik doelde! Iedereen denkt dat slijmen over ánderen gaat. Wíj slijmen niet, zo zijn we niet. Ook zouden we het meteen merken als iemand anders tegen ons slijmt. Wíj trappen er niet in.

Maar hoe kan het dan dat we overal geslijm om ons heen zien? Eenvoudig: we merken het alleen als het tegen iemand anders wordt gedaan, niet als het tegen ons wordt gedaan. Hoewel buitenstaanders slijmgedrag altijd direct herkennen, is degene die ‘beslijmd’ wordt geneigd de slijmerd geloofwaardig en aardig te vinden. Ergens diep in hun achterhoofd twijfelen mensen weleens aan de motieven van een zware slijmerd, maar het slijmen werkt toch vooral als een warm bad waarin ze zich laven en dat hun kritische vermogens in slaap sust. En dan vinden ze die ander aardig.

Dat heeft effect. Uit onderzoek dat ik met studenten heb gedaan bleek bijvoorbeeld dat verkopers die slijmden twee keer zoveel verkochten. Dat betekent niet dat de ‘beslijmden’ nooit wantrouwig werden. Vooral mensen die wat onzekerder zijn denken soms ‘Hè? Deze persoon vindt mij geweldig, hoe kan dat nou?’. Maar slijmen werkt zelfs als je twijfelt of het wel gemeend is. Als andere mensen ons het signaal geven dat we leuk en waardevol zijn, geeft dat een goed gevoel. Als manager kun je dus ook slijmen tegen je medewerkers. Slijmen wordt minder snel herkend wanneer het van boven naar beneden gebeurt, dan omgekeerd. Als je tegen je medewerkers zegt ‘Wat hebben jullie dat fantastisch gedaan’, ben je gewoon een leuke stimulerende manager. Zegt een medewerker hetzelfde tegen jou, dan ligt de verdenking van slijmen direct op de loer. In het laatste geval zijn mensen zich meer bewust van de afhankelijkheid van de slijmerd.

Slijmen is dus zo slecht nog niet. Het is in feite niet veel anders dan zorgen dat je positief bent tegen anderen. Dat je de ander een goed gevoel geeft. Je hoeft helemaal niet te liegen, je moet alleen de nadruk leggen op het positieve. Mensen vinden het fijn, het versterkt hun eigenwaarde en daardoor werken ze met meer plezier en meer zelfvertrouwen en doen ze harder hun best. Happy end voor iedereen: de slijmerd bereikt eerder z’n doel en het ego van de beslijmde wordt lekker opgepept.

Alleen de collega’s van de slijmerd, zoals ik destijds, die zien tandenknarsend aan wat er gebeurt. Dus tegen hen moet je ook slijmen. Als je het tegen iedereen doet ben je gewoon een positivo.'

Roos Vonk - De eerste indruk

comments powered by Disqus
  • Deel dit artikel
  • Reacties
  • Link