‘Er is enorme schaarste aan écht luisteren’

‘Er is enorme schaarste aan écht luisteren’
  • 15 april 2026
  • Kel Koenen

Ruim 300.000 gesprekken per jaar, 24/7 bereikbaarheid en een groeiende behoefte aan oordeelvrij luisteren. Onder leiding van Richard Coonen, sinds bijna twee jaar directeur-bestuurder van de Luisterlijn, positioneert en profileert de organisatie zich nadrukkelijker dan ooit. Met een achtergrond in HR, consultancy en innovatie verbindt Coonen maatschappelijke impact aan strategische zichtbaarheid. ’Er is enorme schaarste aan écht luisteren en precies daar maken onze vrijwilligers elke dag het verschil.’

Hoe lang zit je al bij de Luisterlijn?
Bijna twee jaar. Het lijkt soms wel veel langer, omdat ik er zo intensief mee bezig ben. Het fenomeen ‘luisteren’ draag ik al veel langer met me mee, dus het voelt heel vertrouwd. De Luisterlijn (en haar voorgangers) bestaat al 66 jaar en er is veel aandacht voor de interne organisatie en de kwaliteit van onze dienstverlening. Begrijpelijk, maar profilering van het merk en de propositie is minstens zo belangrijk. Te weinig mensen weten dat we bestaan. En dat kan niet, want de behoefte aan een luisterend oor is groot.

Dus bewust begonnen met externe profilering?
Als een speer! We hebben die zichtbaarheid keihard nodig en ik vind het ook echt belangrijk om te doen: verbindingen leggen, nieuwe samenwerkingen aangaan, creatieve vormen van partnership ontwikkelen. Dat is waardevol, niet alleen voor ons, maar uiteindelijk vooral voor de mensen die ons nodig hebben. Zo plaats ik de laatste tijd ook veel berichten op social media, geef ik interviews en presentaties; alles om meer exposure te krijgen en dat begint nu ook echt te lukken.

Wat deed je hiervoor?
Dat is een mooie vraag, want ik probeer daar zelf ook wel eens een rode draad in te ontdekken. Ik heb heel veel verschillende dingen gedaan. Ik ben ooit afgestudeerd aan de Tilburg University   waar ik HR Sciences studeerde, een studie gericht op de factor mens in organisaties. Mensen en menselijk gedrag hebben me altijd gefascineerd. Daarnaast ben ik gecertificeerd trainer, coach en executive team coach. Als je het zo bekijkt, is het niet zo vreemd dat ik nu dit werk doe. Ik heb binnen zowel multinationals als startups gewerkt, in management- en directierollen en heb ook consultancy werk gedaan. Ook zat ik 6 jaar in een RvT van een maatschappelijke stichting. Ook daar stond de ontwikkeling van mensen centraal.

De factor ‘mens’ als rode daad.
Absoluut. Ik heb diverse commerciële,  advies- en directiefuncties gehad, altijd met die component  mens en organisatie. Ik werkte onder andere bij IBM, Deloitte, Shell en Conclusion in binnen- en buitenland, De laatste acht jaar vóór de Luisterlijn werkte ik bij APG, de grootste pensioenuitvoerder van Nederland. Daar was ik mede verantwoordelijk voor startups en innovatie. Ik heb onder meer gewerkt aan een propositie om mensen te helpen met geldzorgen. Daarnaast was ik zes jaar onbezoldigd lid van de Raad van Toezicht van stichting Fairwork. Na die acht jaar begon het te kriebelen. Ik dacht: hoe mooi zou het zijn om nog meer in het maatschappelijke veld te doen? Toen zag ik de vacature van Directeur-Bestuurder bij de Luisterlijn op LinkedIn. Ik kende de organisatie eerlijk gezegd nog niet, maar mijn vrouw zei meteen: “dit is echt iets voor jou. Luisteren, vrijwilligers, impact, dat past bij je”.

Wát raakte je zo in die rol?
Ik ken eenzaamheid uit mijn jeugd. Ik ben kind van een expat en heb een tijd op een internaat gezeten in Nederland. Geen trauma’s hoor, maar wel momenten van eenzaamheid. Dat je denkt: waarom zit ik hier? Dat gevoel van geen mensen om je heen hebben met wie je echt kunt praten, dat is heftig. Er zijn zoveel mensen met geheimen of taboeonderwerpen zoals pestgedrag, eenzaamheid, sociale isolatie of geldzorgen, waar ze met niemand over durven spreken. Dan is het zo waardevol dat er een plek is waar iemand zonder oordeel naar je luistert. In de sollicitatiegesprekken met de RvT van de Luisterlijn zei ik ook: ik kom niet uit de zorg. Maar zij gaven aan dat ze juist iemand zochten die de verbinding naar buiten kan leggen en de organisatie steviger op de kaart kan zetten. Want de subsidie staat onder druk.

‘Empathisch luisteren is niet soft; het is strategisch’

Terwijl er zelfs een wettelijke basis is, toch?
Ja, dat is het bijzondere. In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is vastgelegd dat iedere inwoner van Nederland recht heeft op een luisterend oor, dag en nacht. Dat is eigenlijk fantastisch. Maar weinig mensen weten dat. Ondertussen staat de financiering onder druk, dus we moeten met minder middelen minstens hetzelfde blijven doen en liever nog meer. Dat betekent ook dat we kritisch naar ons organisatiemodel kijken. We bestaan al decennia en vrijwilligers en beroepskrachten werkten tot de coronacrisis volledig vanuit de locaties. Vrijwilligers kwamen naar een van onze 24 locaties in het land om hun bel- , chat- of maildiensten te doen. Tijdens corona moest dat in één keer omgegooid worden naar werken op afstand. Vrijwilligers kregen apparatuur mee naar huis en sindsdien werkt zo’n 80 procent vanuit huis, zeker ’s nachts. De inhoud van het werk is hetzelfde gebleven, maar de plek is fundamenteel veranderd. Dat vraagt om een herijking van ons organisatiemodel. We hebben nog steeds 24 locaties, maar die worden minder vaak gebruikt. Dat is een interessante ontwikkeling: hoe richt je een organisatie met zo’n lange geschiedenis zo in, dat het past bij deze tijd en ook toekomstgericht is?

Klinkt als een stevige veranderopgave...
Dat is het ook. Maar juist dat spanningsveld tussen maatschappelijke impact, vrijwilligerswerk en organisatievernieuwing maakt het ontzettend boeiend.

Heette het eigenlijk altijd al De Luisterlijn?
Nee, de organisatie heeft de afgelopen jaren veel verschillende namen gehad en dat verklaart misschien ook waarom niet iedereen ons direct herkent. Ooit heette het de SOS Telefonische Hulpdienst en is begonnen rond 1956. Het idee waaide over uit Engeland, waar de Samaritans waren gestart. In Nederland was het een predikant in Rotterdam die een advertentie in de krant zette: “als je overweegt je leven te beëindigen, bel mij eerst”. Dat sloeg enorm aan. In de jaren daarna ontstonden overal lokale telefonische hulpdiensten, vaak per gemeente georganiseerd en gefinancierd. Het was heel lokaal opgezet.

Wanneer werd het landelijk georganiseerd?
Ongeveer tien jaar geleden heeft het ministerie van VWS gezegd: dit moet efficiënter, we gaan centraliseren. Dat ging niet zonder slag of stoot. Lokale stichtingen hadden eigen besturen, directeuren, soms stevige financiële steun van bijvoorbeeld kerkgenootschappen of serviceclubs. Die gaven hun autonomie niet zomaar op. Er zijn zelfs rechtszaken over gevoerd. Maar uiteindelijk is het toch één landelijke organisatie geworden. In die periode kreeg het de naam Sensoor, een ‘gevoelig oor’. Maar die naam is nooit echt breed geland. Later is het omgedoopt tot de Luisterlijn.

En de organisatie zelf?
Die draait op onze bijna 1500 vrijwilligers, een groep van hele trouwe en betrokken mensen. Ik mag soms lintjes uitreiken voor dertig jaar vrijwilligerswerk. Dan komt de burgemeester erbij. Dat is indrukwekkend. En tegelijk ook veelzeggend: hun kinderen zeggen dan soms dat hun vader of moeder altijd aan de telefoon zat, voor anderen. Het is een bijzondere toewijding.


Richard Coonen

Waarom denk je dat de Luisterlijn toch relatief onbekend is?
Mijn hypothese is dat vrijwilligers het heel lang niet actief uitdroegen en dat ook niet mochten. Toen alles nog lokaal was, kon het zomaar gebeuren dat je de buurman of -vrouw aan de lijn kreeg. Dus was er terughoudendheid om te vertellen dat je vrijwilliger was. Nu we landelijk werken, is die kans dat je iemand herkent minimaal. Daarom moedig ik vrijwilligers juist aan om het te delen. Het is iets om trots op te zijn. Maar ook de mensen die ons benaderen zullen niet snel zeggen: ik maak gebruik van de Luisterlijn. Het gespreksonderwerp kan heel gevoelig liggen. Dus onze bekendheid moet veel meer komen via de media, interviews, televisie, radio en events. We hadden een tijdje geleden een groot artikel in NRC en dat leverde direct tientallen nieuwe aanmeldingen van vrijwilligers op. Dat laat zien hoe belangrijk zichtbaarheid is.

Een olievlek die zich moet verspreiden…
Precies. En daar ben ik ook echt trots op. We hebben nu een meerjarige samenwerking met zorgverzekeraar CZ. Zij zeggen: wat jullie doen is preventief. Als mensen hun verhaal kwijt kunnen, voorkom je dat problemen mogelijk escaleren en ontlast je de zorg. Zij sponsoren ons nu en we gaan met hun support een luisterlijn academie opzetten. Dat zijn mooie stappen. Met andere organisaties ben ik ook in gesprek, zoals een grote uitvaartverzorger. Zij zien hoeveel mensen worstelen met rouw en verlies. Ze willen er graag meer voor betekenen, maar kunnen niet iedereen persoonlijk begeleiden. Dan is het logisch om naar ons door te verwijzen. Dat soort verbindingen zijn ontzettend waardevol. Voorheen waren deze vormen van samenwerking heel gebruikelijk, maar toen we centraliseerden, is het lokale karakter deels verdwenen. Ineens was niemand er echt meer van. Dat heeft denk ik bijgedragen aan een periode van terugval. Er was rond 2008 nog een bestuurder die sterk was in het leggen van verbindingen met het bedrijfsleven, maar toen die vertrok, was er meer aandacht voor de subsidie vanuit de overheid wat een tijd voldoende was. Terwijl juist die externe verbinding essentieel is voor zichtbaarheid én draagvlak. Dat is in ieder geval mijn overtuiging.

Hoeveel gesprekken voeren jullie op jaarbasis?
Zo’n 320.000 gesprekken in 2025 en dat aantal neemt toe, evenals het aantal vrijwilligers. Tijdens corona zagen we een enorme piek: veel mensen zaten thuis en wilden iets betekenen, dus meldden zich aan als vrijwilliger. Tegelijkertijd nam ook de vraag toe. Daarna, toen alles weer openging, nam het vrijwilligersaantal wat af. Mensen gingen weer naar kantoor, pakten hun oude ritme op. Nu zien we weer een uplift. De thema’s die mensen bezighouden verdwijnen immers niet. Eenzaamheid, isolatie, rouw, relatieproblemen, geldzorgen, angst voor oorlog; het zijn onderwerpen die alleen maar complexer worden. Ik verwacht dan ook dat de vraag voorlopig niet zal afnemen. Dat bevestigt voor mij alleen maar hoe belangrijk het is dat we als de Luisterlijn zichtbaar en toegankelijk blijven. Dag en nacht.

‘We geven geen advies. We bieden perspectief’

Actuele maatschappelijke omstandigheden hebben direct invloed op het aantal bellers?
Je kunt dat wetenschappelijk moeilijk één-op-één bewijzen, maar we zien wel degelijk trends. We registreren anoniem thema’s en daarin zie je patronen. In vakanties is het bijvoorbeeld relatief druk vanwege eenzaamheid. Mensen zitten alleen thuis, terwijl de rest weg is. Of iemand zit midden in een scheiding, heeft net een kind verloren, of kampt met geldzorgen. En als er iets groots gebeurt in de wereld, denk aan de oorlog in Oekraïne of politieke spanningen, dan zien we dat terug in angst, onrust, behoefte om even stoom af te blazen. Het volgt de thema’s in de samenleving. Dat vind ik zelf ook fascinerend. Wat wij horen, is eigenlijk een soort thermometer van Nederland.

Interessante data...
Zeker. Als je jaarlijks meer dan 300.000 gesprekken voert bij de Luisterlijn, dan hoor je veel. Ik zou daar in de toekomst nog meer mee willen doen. Niet om individuen te duiden, maar om geanonimiseerde trends terug te geven aan bijvoorbeeld het ministerie of maatschappelijke partners. Dat raakt ook aan AI en innovatie: hoe kun je slim omgaan met die inzichten, zonder privacy uit het oog te verliezen?

Luister je zelf eigenlijk wel eens mee?
Ik heb de volledige training gedaan. Dat vind ik belangrijk. Alleen al door die training ga je anders luisteren in je dagelijks leven. Je stelt meer open vragen, oordeelt minder snel. Formeel luister ik niet mee, omdat mijn rol dat eigenlijk niet toelaat. Meeluisteren gebeurt vooral door mentoren die aspirant-vrijwilligers begeleiden. We zijn daar heel zorgvuldig in, ook vanuit privacy oogpunt. Een beller moet niet het gevoel hebben dat er allerlei mensen meeluisteren. Maar onofficieel hoor ik natuurlijk veel. Ik reis het land door, bezoek locaties, spreek vrijwilligers. Niet over wie er belt, want alles is anoniem, maar over de casuïstiek. En soms hoor je verhalen waarvan je denkt: hoe is het mogelijk?

En dat zijn ervaringen die je bijblijven?
Absoluut. Een vrijwilliger vertelde me dat hij kort na elkaar twee keer meemaakte dat iemand ging sterven. Een vrijwilliger had iemand aan de lijn die pillen had genomen en langzaam wegviel tijdens het gesprek. Dat zijn heftige situaties. Tegelijkertijd weten we nooit zeker of een verhaal feitelijk klopt. Iemand kan iets vertellen wat niet waar is. Maar dat is voor ons ook niet het belangrijkste. Elk verhaal is iemands beleving. Het gaat erom dat diegene zijn of haar hart kan luchten. We spreken soms ook delinquenten, mensen met geheimen, met taboeonderwerpen. Soms lijkt het bijna een biechtstoel. Maar dan zonder oordeel. Gewoon een luisterend oor. En dat maakt het werk zo bijzonder én zo noodzakelijk.

Kunnen jullie met zulke verhalen iets doen?
In de kern niet, omdat anonimiteit ons uitgangspunt is. Ons ‘product’ is tijd en aandacht. Dat is wat we leveren. We geven geen ongevraagd advies, geen oordeel, geen oplossingen. Wat vrijwilligers vaak zeggen, is dat ze het mooiste moment vinden wanneer iemand aan het einde van het gesprek zegt: “Wat fijn dat ik mijn verhaal eindelijk eens kon vertellen zonder dat iemand er iets van vindt.” Veel mensen zeggen ook: ik ben bij een psychiater geweest en kreeg meteen advies. Maar ik wil geen advies, ik wil gewoon mijn verhaal kwijt. Dat is wat wij bieden. Gehoord worden en je hart kunnen luchten.

Dus het gaat om erkenning, niet om een oplossing?
Ja, erkenning dat je bestaat bijna. Dat jouw verhaal er mag zijn. Zonder dat iemand zegt: “Dat heb ik ook meegemaakt,” of “Dat valt wel mee,” of “Ik heb het erger gehad.” We zijn in het dagelijks leven zo snel met meningen, met oordelen. Echt luisteren is schaars. Dat is misschien wel wat mij zo raakt in dit werk: er is enorme schaarste aan oordeelvrij luisteren. Soms wordt de wereld voor mensen heel klein. Mensen die niet mobiel zijn, die ’s nachts wakker liggen en niemand hebben. Dan belt iemand en zegt: “Wil je alsjeblieft even met me praten?” Of zelfs: “Wil je een liedje met me zingen?” Dat gebeurt ook.

‘We zijn geen hulpverleners. We zijn vrijwilligers die luisteren’

Wat doen jullie bij die heftige situaties?
Ligt eraan, we hebben geen wettelijke verplichting om iets met de verhalen te doen, maar we hebben wel interne afspraken. In uitzonderlijke situaties kunnen we anonimiteit doorbreken. Als een vrijwilliger sterk vermoedt dat er direct levensgevaar is, bijvoorbeeld bij geweld of misbruik, dan mogen we via onze provider het telefoonnummer achterhalen en dat via de politie laten oppakken. Dat is de meest extreme vorm van interventie. Maar het is ingewikkeld, want je weet nooit honderd procent zeker wat er echt gebeurt. Je moet dus een inschatting maken en dat doen we heel zorgvuldig. Daarnaast verwijzen we door, maar altijd vragenderwijs. Als iemand zegt serieus te overwegen om uit het leven te stappen, dan vragen we: ken je 113? Heb je daar wel eens contact mee gehad? Zou dat iets voor je kunnen zijn? We nemen de regie niet over. We verbinden niet actief door met bijvoorbeeld 113 of Veilig Thuis, maar we wijzen wel op die mogelijkheden. Het uitgangspunt blijft dat de verantwoordelijkheid bij de beller ligt. Wij bieden aandacht, perspectief en ruimte. Soms is dat precies wat iemand nodig heeft om zelf de volgende stap te zetten.

Jullie mantra ‘zonder oordeel’ is dus heel ver doorgevoerd?
Ja, dat is echt de kern. We laten het initiatief bij de beller en onze definitie van advies is: perspectief bieden. Dus: zou dit een volgende stap voor je kunnen zijn? Heb je daar al eens aan gedacht? Neem iemand die gebrouilleerd is met zijn kind. Dan kun je samen verkennen: wat zou een andere manier zijn om hiernaar te kijken? Wat zou een eerste kleine stap kunnen zijn? Maar we blijven mens tot mens. We zijn geen psychologen, geen hulpverleners. Het zijn goed getrainde vrijwilligers die de kunst van het luisteren beheersen.

En iedere vrijwilliger brengt natuurlijk zijn eigen levenservaring mee.
Ieder mens heeft zijn eigen bagage, zijn eigen sensitiviteit. Dat maakt gesprekken ook impactvol. En eerlijk gezegd is dat ook wat vrijwilligers aantrekt. Ze zeggen vaak: het is elke keer spannend. Je weet niet wie je aan de lijn krijgt, waar het over gaat, hoe het gesprek zich ontwikkelt. Iemand zei laatst: het wordt bijna verslavend, omdat het je steeds een nieuw perspectief op het leven geeft. Het is ook een spiegel. Veel casuïstiek raakt aan je eigen leven. Daarom krijgen vrijwilligers intervisie, begeleiding en kunnen ze elkaar raadplegen. Want als je een paar zware gesprekken achter elkaar hebt, kan dat belastend zijn. Wat we altijd duidelijk maken in onze communicatie: wij zijn geen professionele hulpverleners. We worden niet betaald. We zijn vrijwilligers die luisteren. En juist daar is enorme behoefte aan. Mensen die zeggen: ik wil niet wéér een professional die me vertelt wat ik moet doen. Ik wil gewoon praten met iemand die er is.

Menselijke interactie…
Klopt, een anonieme connectie die ongelooflijk betekenisvol kan zijn. Dat is wat wij doen. Verbinding op afstand, soms midden in de nacht, volledig
anoniem, maar met enorme impact. Dat iemand even het gevoel heeft: ik ben niet alleen. Er is iemand die naar me luistert. Dat blijft bijzonder.

Klantcontactprofessionals hebben vaak contact omdat er iets mis is gegaan. Wat kunnen zij van jullie leren?
Mooie vraag! Er valt ontzettend veel te leren. Ik heb zelf jarenlang in commerciële rollen en sales gezeten. Dan gaat het al om de basis: hoe klink je aan de telefoon? Hoeveel warmte zit er in je stem? Ben je je bewust van stiltes? Stiltes kunnen enorm krachtig zijn in een gesprek. Kun je rust bewaren? Kun je doorvragen op gevoel in plaats van meteen op oplossing? Wij trainen vrijwilligers om te luisteren naar wat er niet wordt gezegd of geschreven . Is iemand boos? Gefrustreerd? Angstig? Speelt er iets wat niet direct wordt uitgesproken? Je ziet iemand niet, je kent zijn naam niet eens, en toch moet je verbinding maken. Dat draait bijna volledig om gevoeligheid en aandacht. In klantcontact voel je vaak al bij de eerste zin: is dit iemand die een script afdraait, of iemand die oprecht geïnteresseerd is? Dat verschil is enorm. Empathisch luisteren is niet soft; het is strategisch. Het bepaalt klantbinding. Daarom willen we ook een Luisterlijn Academie opzetten, onder meer met partners als CZ. Niet om van callcentermedewerkers hulpverleners te maken, maar om ze bewust te maken van empathisch luisteren. Dat levert iets op, zowel persoonlijk als zakelijk. Ik vergelijk het wel eens met een restaurant waar de eigenaar zelf bedient. Je voelt meteen: dit is van hem. Er zit identiteit in, betrokkenheid. Dat kan ook aan de telefoon. Hoe kies je je woorden? Hoe rond je een gesprek af? Dat laatste is trouwens interessant: vrijwilligers vinden het afronden van een gesprek vaak het moeilijkst. Beginnen lukt wel. Maar hoe sluit je goed af? Hoe check je: is alles gezegd wat gezegd moest worden? Kunnen we dit gesprek nu op een goede manier beëindigen? Stel je voor dat je een boze klant hebt. En aan het einde zegt die: “Dank je wel, ik ben blij dat jij me hebt geholpen.” Dat lukt niet altijd, maar het kan wel. En daar zit een enorme winst.

‘Wat wij horen, is eigenlijk een thermometer van Nederland’

Klinkt beter dan: “Heeft u verder nog vragen voor mij?”
Precies. Het verschil zit in intentie. Ben je een proces aan het afvinken, of ben je werkelijk in contact? Dat is waar ik echt in geloof. En ik denk dat daar in het klantcontact nog veel te winnen valt. Een deel is absoluut aan te leren. Gespreks­vaardigheden, doorvragen, omgaan met stiltes, reflecteren, dat kun je trainen. Maar er is ook iets wat moeilijk overdraagbaar is: intrinsieke interesse in de ander. Dat gezamenlijke DNA zie ik bij veel vrijwilligers. Een oprechte nieuwsgierigheid naar wie die ander is, zonder oordeel. Dat heb je, of dat heb je niet. En zelfs als je het hebt, ben je niet altijd in staat om er te zijn. Soms zit je zelf niet lekker in je vel. Dan moet je eerlijk zijn: vandaag lukt het niet. Of je nu restauranteigenaar bent, winkel­medewerker of aan de telefoon zit bij een verzekeraar: die klik maakt het verschil. Maar bij ons ligt de lat wel specifiek. Je meldt je niet zomaar aan om “even” te luisteren. Mensen die zich aanmelden, krijgen eerst een intakegesprek. Waarom wil je dit doen? Wat is je achtergrond? Soms blijkt dat iemand zelf nog midden in een zware periode zit. Dan zeggen we ook: misschien is dit nu niet verstandig.

Maar geen tekort aan vrijwilligers?
Wat we nu zien, is gelukkig een mooie toestroom. Veel vrijwilligers zijn pensionado’s of mensen die richting pensioen gaan. Ze zeggen: ik heb mijn hele leven betaald werk gedaan, nu wil ik iets terug­doen. Ik ga niet meer zwaar fysiek vrijwilligerswerk doen, maar luisteren kan ik wel. Vanuit huis, op tijden die mij passen. Met de vergrijzing verwacht ik dat die groep nog groeit. En eerlijk gezegd denk ik dat dat voor de Luisterlijn een groot voordeel kan zijn. Mensen met levenservaring, tijd en de behoefte om betekenisvol te zijn, dat is een krachtige combinatie.

En nieuwe doelgroepen?
Die zien we ook, zoals studenten psychologie, sociaal werk of geneeskunde melden zich aan. Ze doen bij de Luisterlijn werkervaring op, het staat goed op hun cv en ze doen het twee of drie jaar. Daarna krijgen ze vaak een drukke baan en stoppen ze tijdelijk weer. Dat is prima. Dan zijn ze in ieder geval ambassadeur geweest en wie weet komen ze later terug. We hebben onlangs ook een mooie stap gezet met Rabobank. We mogen op hun interne platform komen, waar medewerkers en leden worden gestimuleerd om vrijwilligerswerk te doen. Niet iedereen hoeft vier uur per week dienst te draaien, maar ze kunnen ook ‘vriend’ of ambassadeur worden. Dan krijgen ze een training en leren ze signalen herkennen: zie ik een collega die eenzaam is? Iemand in een scheiding? Kun je dan op een goede manier wijzen op het bestaan van de Luisterlijn? Als dat in alle lagen van organisaties gaat leven, is dat fantastisch.

Er liggen genoeg plannen dus.
Absoluut, mijn wensenlijst is lang. Alleen moet ik oppassen dat de organisatie het tempo aankan. Ik loop soms wat voor de muziek uit. Ik zou bijvoorbeeld meer met expats willen doen. Zelf kom ik uit een expat-omgeving. Er zijn veel Nederlanders in het Verre Oosten, Noord-  en Zuid-Amerika of het Caribisch gebied die verbinding met Nederland willen houden. Partners mogen daar vaak niet werken en zoeken zingeving. Als je hen kunt betrekken als vrijwilliger, heb je door tijdsverschillen misschien meteen dekking voor nachtdiensten. Ik ben daarover in gesprek, onder meer met contacten in het buitenland. Daarnaast zie ik mogelijk kansen in de toepassing van  AI. Gesprekken, uiteraard volledig geanonimiseerd, transcriberen voor trainingsdoeleinden bijvoorbeeld. Daar kun je in potentie veel van leren. Maar dat raakt ook aan ethische kwesties, traditie, anonimiteit en vertrouwelijkheid. Vrijwilligers moeten zich daar comfortabel bij voelen. Dat vraagt tijd en zorgvuldigheid en veranderen moet met draagvlak. We hebben bijna 1500 vrijwilligers die vooral goed ondersteund willen worden in hun werk. Daar moet je goed mee omgaan.

Tekst Kel Koenen | Fotografie Zuiver Beeld

 

comments powered by Disqus