Laten we beter zijn dan Vinted

Laten we beter zijn dan Vinted
  • 19 april 2021
  • Gastauteur

Laatst las ik in de Volkskrant een opmerkelijk artikel, over het snelgroeiende tweedehandskledingplatform Vinted. Dat verkoopt zichzelf met allerlei duurzaamheidsbeloften. Logisch: tweedehands kleding kopen scheelt productie. Maar in de praktijk blijken gebruikers van dat platform – en vergelijkbare platforms – veel meer kleding te kopen dan ooit tevoren, schrijft Onno Aerden.

Het is zo goedkoop zeggen ze allemaal, daar kun je het niet voor laten liggen. Gevolg: enorme transportstromen, bergen verpakkingsafval en eindeloos veel circulerende goedkope kledingstukken. Daarvan belandt een aanzienlijk deel overigens vrijwel direct op het platform vanaf de webshops van traditionele kledingfabrikanten: een paar keer dragen en dan verpatsen – dat is het nieuwe normaal.

Wat is er mis met ons, dat we zelfs initiatieven die duurzaam zouden kunnen uitpakken, gebruiken om onszelf te voorzien van meer, meer, méér?

Het lijkt alsof we verslaafd zijn geworden aan een luxeleventje dat onze grootouders onvoorstelbaar hadden gevonden. Een leven dat niet meer vooral om ervaringen draait maar om materie. Er is geld, het kan, iedereen koopt, dus ik koop. Wie per ongeluk weleens denkt aan de schaduwzijde van de aangeschafte spullen – vervuilend transport, armoedige productieomstandigheden, toekomstig afval – raakt tamelijk snel overtuigd door de eindeloze stroom signalen die een druk op de koopknop propageren. Infuencers en advertenties op sociale media, commercials op radio en televisie, mensen om ons heen die hun gloednieuwe aankopen trots laten zien. Vinted en soortgelijke platforms besteden jaarlijks vele tientallen miljoenen aan marketing. Ze verdienen een percentage op elke verkoop en hebben dus ook baat bij meer, meer, méér.

De oplossing is simpel – minderen. Maar dan radicaal.

In het geval van kleding: een paar onverwoestbaar sterke, ambachtelijk vervaardigde kledingstukken in huis halen en daar een hele tijd mee doen. Niet sexy? Supersexy, als je het mij vraagt.

Zelf koop ik overhemden en pakken bij een bevriende kleermaker, die ze op maat laat maken. Hij levert ook leren schoenen, die ik jaren achterelkaar kan dragen. Als een zool aan vervanging toe is, fiets ik naar een ouderwetse schoenmaker. Diens grondige reparatie kost bijna net zoveel als een nieuwe schoen – maar de grap is nou juist dat ik die dan niet hoeft te kopen. Sneakers, jeans en jassen koop in een van de tweedehandswinkels die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten, óók in mijn wat chiquere wijk. Natuurlijk kom ik af en toe ook een kledingstuk tegen dat mij vanaf het rek toeroept: kóóp me, ik pas bij jou!

Maar ik weersta die lokroep, weersta het automatisme waarover de meiden in het Volkskrant-stuk praten, het consumentisme dat leidt tot hun eindeloze stroom Vinted-aankopen – want verslavend, want goedkoop, want makkelijk. Ik tel tot tien, kijk nog eens, pas aan, voel wat het kledingstuk met me doet en ga na hoe waarschijnlijk het is dat ik dat gevoel over een jaar ook nog zal hebben. Ik probeer bij aankopen consequent de ongemakkelijke vraag te beantwoorden: wat betekent deze aankoop voor mijn ecologische footprint? Dat wil niet zeggen dat ik nooit iets vervuilends koop. Het wil wél zeggen dat ik mijn leven als consument bewust langs de meetlat van de planeet leg. Zeker wat betreft kleding, een van de vervuilendste industrieën ter wereld.

Mijn tip: investeer in een kleinere kledingkast en laat elke aankoop daarin werkelijk een plek verdienen, en verkoop de rest. Of geef het weg.

Jezelf omringen met weinig dingen, van een hoge kwaliteit: ziedaar de nieuwe luxe, die niet alleen begeesterde producenten helpt maar ook de planeet – en dus ook jezelf.

Onno Aerden
Communicatiewetenschapper, auteur, publicist Elsevier en FD

Onno's nieuwste boek dat deze week verschijnt: De Kampvuurvraag

comments powered by Disqus
  • Deel dit artikel
  • Reacties
  • Link