Nieuwe kredietregels zetten achteraf betalen onder druk

De Europese Consumer Credit Directive 2 (CCD2) verandert vanaf 20 november 2026 de regels voor achteraf betalen. Vrijwel iedere vorm van uitgestelde betaling wordt dan aangemerkt als consumentenkrediet. Dat moet consumenten beter beschermen tegen overkreditering, maar kan ook leiden tot extra controles, hogere kosten en meer frictie in het betaalproces.
Achteraf betalen is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een alledaagse betaalvorm. Consumenten gebruiken het niet alleen bij webwinkels, maar ook voor bijvoorbeeld parkeren via een app en het automatisch opwaarderen van een ov-kaart. Uit onderzoek van betaalprovider Billink blijkt dat 90 procent van de gebruikers vooral vanwege het gemak achteraf betaalt. Voor 10 procent is de reden dat zij de aankoop nog niet direct kunnen betalen.
Onder de huidige regels zijn uitgestelde betalingen met een looptijd korter dan drie maanden en zonder extra kosten veelal vrijgesteld. CCD2 maakt daar grotendeels een einde aan. Nederland kiest bij de implementatie bovendien voor een relatief strenge invulling.
Krediettoets voor ieder bedrag
Vanaf 20 november moet voor ieder krediet een toets bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) plaatsvinden. De huidige ondergrens van 250 euro vervalt. Kredieten boven dat bedrag moeten daarnaast worden geregistreerd. Verder komen er strengere informatieverplichtingen, kredietwaardigheidstoetsen in meer situaties en intensiever toezicht door de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Ook BNPL-diensten, creditcards, roodstanden, crowdfunding en lease- of huurovereenkomsten met een koopoptie of koopintentie gaan onder de Wet op het financieel toezicht vallen. Volgens Juliet de Graaf, advocaat financiële toezichtregelgeving bij Osborne Clarke, moeten webwinkels en betaalbedrijven hun werkwijze opnieuw beoordelen. ‘Zij moeten kritisch kijken naar hun processen, informatievoorziening en samenwerking met kredietaanbieders. Het staat hoog op de agenda bij de AFM.’
De strengere regels kunnen grote gevolgen hebben voor de klantreis. Jorn van Klooster, oprichter van online kledingwinkel Loavies.com, ziet dat ongeveer 40 procent van zijn klanten achteraf betaalt, vooral om kleding eerst te kunnen passen. Hij ondersteunt bescherming van kwetsbare consumenten, maar waarschuwt dat klanten niet moeten worden afgeschrikt door het vooruitzicht van een schuldregistratie na een kleine aankoop.
Langdurige gevolgen
In de markt bestaan vooral zorgen over de mogelijke impact van BKR-registraties. Aanbieders zouden vaker kunnen overstappen op doorlopende kredieten. Daardoor kan een beperkte betalingsachterstand leiden tot een negatieve registratie van een veel groter kredietbedrag. Zo’n registratie kan nog jarenlang gevolgen hebben voor het verkrijgen van een hypotheek, lening of huurwoning. ‘Het is bijna een culturele discussie’, zegt Djim Segers, adviseur bij Thuiswinkel.org. Volgens hem is de huidige uitwerking ingrijpend en moet Nederland kijken hoe andere Europese landen de regels laten aansluiten op het doel van de richtlijn.
Voor kleine en middelgrote webwinkels die zelf kort betalingsuitstel aanbieden, geldt onder voorwaarden een uitzondering. Zij mogen geen rente of extra kosten rekenen. Platforms krijgen minder ruimte en moeten zelf over een AFM-vergunning beschikken of samenwerken met een vergunninghoudende kredietverstrekker.
Niels de Peuter, oprichter van Billink, verwacht dat de frictie voor aanbieders, webwinkels en consumenten toeneemt. Daarmee draait de discussie niet alleen om bescherming, maar ook om toegankelijkheid en betaalgemak. Eén ding staat vast: achteraf betalen wordt een gereguleerd financieel product, waarvoor webwinkels hun juridische, technische en operationele processen tijdig moeten aanpassen.
Foto: Christiann Koepke (Unsplash)
